|
Op een versierde kraagsteen met loofwerk, ontspruitend uit een kopje (gipsmodel I-306) staat een opzij gekeerde engel. De engel is blootsvoets, gekleed in een lang kleed en versierde mantel met mantelspeld en heeft een banderol in beide handen. De engel is de pendant van engel N13. Het beeld gaat terug op de engel die ook voor de restauratie op deze plek was weergegeven. Afgaande op de prenten van De Jong en de gebroeders donkers was het beeld voor de restauratie nog grotendeels intact en kon | 54 |
|
het in grote lijnen worden overgenomen. De houding van de engel komt dan ook overeen met die op de tekeningen. Er is een gipsmodel op halve grootte in de bouwloods bewaard gebleven.31 De engel staat op een rijk vormgegeven kraagsteen met loofwerk, eikenblad, eikels en twee monstertjes. Het loofwerk ontspruit uit de haren van een mannetje met opengesperde mond. Het ontwerp gaat terug op de kraagsteen die hier voor de restauratie was bewaard. Van de kraagsteen is geen ontwerpmodel bekend. | 55 |
| Noten | |
| 31. | Gipsdepot Bouwloods, i-336. |
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 54-55
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 54-55
Ronald Glaudemans en Wim Hagemans, De Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch : De restauratie 1999-2010 (2011) 115
A.M. Koldeweij, De transeptportalen (1983) 34